Luc Brewaeys

Luc Brewaeys (1959-2015) ademde muziek. Met een continue stroom van klanken in zijn hoofd, ontbrak het hem nooit aan inspiratie. Hij verwerkte álles in zijn muziek, van de kleine dingen waarvan hij hield tot de diepzinnige thema’s die hem raakten. Hij bedacht klanken die nooit eerder gehoord werden en ontwikkelde een heel eigen muzikale taal, waarmee hij zich als componist niet zomaar in een hokje liet stoppen. Naast componist was Luc Brewaeys ook dirigent, pianist en muziekregisseur bij de VRT.

Al op jonge leeftijd droomde Luc Brewaeys ervan om een componist met een torenhoge ambitie te worden. Later zou hij meermaals al lachend vertellen dat hij als kind “Le Sacre” van Stravinski gehoord had en bij zichzelf dacht: “Dat wil ik ook doen, en beter”. Brewaeys begon zijn studies compositie in Brussel bij André Laporte, die hem vooral na de lesuren op café wijze lessen leerde. Nadien volgde hij les bij Franco Donatoni in Siena (Italië), bij Brian Ferneyhough in Darmstadt (Duitsland) en bijTristan Murail in Parijs (Frankrijk). Luc Brewaeys had een hemelsbrede repertoirekennis en een bijzonder goed geheugen. Hij kende en beluisterde enorm veel muziek. Die muzikale honger bracht hem in contact met de componisten in wiens werk hij boeiende ontwikkelingen zag. Van 1980 tot 1984 had hij regelmatige contacten met Iannis Xenakis. En met Jonathan Harvey sloot hij een lange en hechte vriendschap.

De werken van Luc Brewaeys werden snel opgepikt. Hij kreeg verschillende prijzen en onderscheidingen in binnen- en buitenland. Zijn carrière liep als een trein: prijzen, compositie-opdrachten en residenties op Belgische en buitenlandse grond volgden elkaar op. Zijn oeuvre reikt van solowerken en kamermuziek tot groots opgezette symfonieën en opera’s, met en zonder elektronica. In zijn werkenlijst vallen de vele humoristische titels op, zij werpen een veelzeggend licht op hoe Luc Brewaeys in het leven stond.

Het spectralisme is één van de uitgangspunten in zijn muziek, maar Brewaeys zou zichzelf niet zijn als hij daar geen bijzondere persoonlijke toets aan zou hebben gegeven. Hij maakte komaf met de typische “traagheid” van het spectralisme en gaf zijn werken meer beweeglijkheid door te experimenteren met ritme en tempo. In zijn recentere werk schuiven ook lyrische accenten op de voorgrond. Met maar liefst acht symfonieën is het orkest met voorsprong zijn meest geliefde instrument. Luc Brewaeys kent het orkest door en door en speelt met originele orkestraties en instrumentenkeuzes (een mazouttank, badkuip of reuzenveer zijn hier niet vreemd). Brewaeys heeft nooit willen provoceren met zijn muziek, maar heeft zich in zijn esthetische keuzes ook nooit door het publiek laten beïnvloeden. Dat neemt niet weg dat zijn muziek door een breed publiek met toenemende nieuwsgierigheid beleefd en gesmaakt werd.

(c) MATRIX