Fatale liefdes

De muziekgeschiedenis zit vol geliefden die elkaar pas echt vinden wanneer het al te laat is. Orpheus die Eurydice uit de onderwereld probeert terug te halen. Tristan en Isolde die pas in de dood rust vinden. Dido die Aeneas ziet vertrekken en zich van het leven berooft. Het zijn verhalen waarin liefde altijd botst met iets dat groter is: het lot, de goden, de maatschappij. Precies daarom keren componisten er telkens naar terug. Want liefde, verlangen en verlies laten zich nu eenmaal beter zingen dan verklaren.

Twee van de meest aangrijpende koppels uit dat pantheon zijn binnenkort te zien op de scène van de Koningin Elisabethzaal: Siegmund en Sieglinde in Wagners Die Walküre en Roméo et Juliette in Berlioz’ monumentale Symphonie dramatique. Twee verhalen, twee werelden, maar dezelfde onstuitbare kracht van de (onmogelijke) liefde.

Die Walküre: een kosmisch drama

In Wagners Die Walküre komen we midden in een kosmisch drama terecht. Het werk is het tweede deel van de bekende Ring des Nibelungen, Wagners gigantische cyclus over macht, goden en het noodlot. Toch begint het verhaal verrassend klein. Geen tirannieke goden of dappere helden, maar een man die uitgeput een huis binnenvlucht. Siegmund, opgejaagd door vijanden, zoekt beschutting bij een vrouw die hij nog nooit heeft ontmoet: Sieglinde.

Wat volgt is een van de meest geladen ontmoetingen uit de operageschiedenis. De twee herkennen iets in elkaar wat ze niet kunnen benoemen. Pas gaandeweg ontdekken ze de waarheid: ze zijn tweelingen, kinderen van de oppergod Wotan, ooit van elkaar gescheiden.

Die ontdekking maakt hun liefde tegelijk extatisch en verboden. Wagner zet dat moment muzikaal op scherp. Wanneer Siegmund in de beroemde aria Winterstürme wichen dem Wonnemond de komst van de lente bezingt, lijkt de muziek zelf te ontwaken: strijkers die als prille plantjes ontluiken, een melodie die zich langzaam presenteert en het orkest dat tegelijkertijd warmte en verlangen laat gloeien. Op datzelfde moment beginnen verschillende leidmotieven zich in elkaar te verweven: het Wälsungen-motief, de muziek van het ontwakende verlangen en het motief van het zwaard dat Wotan ooit in de boomstam sloeg. Wanneer Siegmund dat zwaard Nothung uiteindelijk uit de stam trekt, wordt het moment zowel een heldendaad als een liefdesverklaring.

Toch is deze liefde vanaf het begin gedoemd. Sieglinde is gebonden aan Hunding en de godenwereld kijkt argwanend naar de incestueuze relatie. Wagner maakt van dat conflict de motor van zijn drama: persoonlijke liefde botst met wetten, plichten en kosmische orde. Dat maakt de eerste akte van Die Walküre zo onweerstaanbaar. In nauwelijks een uur ontvouwt Wagner een complete tragedie waarin opperste geluk en ondergang al in dezelfde adem aanwezig zijn. Kortom, een explosieve ontmoeting die de verdere loop van de hele Ring-cyclus in gang zet.

Het beroemdste moment is de Scène d’amour, waarin Roméo en Juliette elkaar ’s nachts ontmoeten. Berlioz laat het orkest zachtjes fluisteren en oplichten alsof de muziek zelf verliefd wordt.

Roméo et Juliette: symfonische verbeelding

Een heel andere weg bewandelt Hector Berlioz met zijn Roméo et Juliette. Waar Wagner de liefde laat ontbranden in stemmen die zich boven een kolkend orkest verheffen, zoekt Berlioz haar juist in symfonische verbeelding. Bij Wagner is liefde een dramatische kracht die botst met wetten en goden; bij Berlioz wordt ze een klanklandschap waarin emoties zich zonder woorden ontvouwen.

Het verhaal van Shakespeare was al talloze keren op muziek gezet, maar Berlioz koos voor een radicaal eigen vorm: geen opera, maar een symphonie dramatique waarin orkest, koor en solisten samen het drama vertellen.

Berlioz was diep onder de indruk toen hij in 1827 in Parijs een voorstelling van Romeo and Juliet zag met de Ierse actrice Harriet Smithson als Juliet. De verschijning van Smithson en haar innemende prestaties op het podium sloegen bij hem in als een bliksem. Hij werd niet alleen gegrepen door Shakespeare, maar ook door Smithson zelf. Jarenlang schreef hij haar brieven en muziek in een obsessieve poging haar aandacht te winnen. Uit die fascinatie ontstond eerst de Symphonie fantastique, waarin een terugkerend thema, de beroemde idée fixe, de onbereikbare geliefde verbeeldt. Pas later, wanneer hun levens elkaar werkelijk kruisen en ze uiteindelijk trouwen, keert Shakespeare terug in de vorm van Roméo et Juliette. Het werk draagt dus niet alleen de echo van Shakespeare, maar ook van Berlioz’ eigen liefdesgeschiedenis.

In plaats van de dialogen letterlijk te vertalen naar zang, besloot Berlioz de essentie van het verhaal symfonisch te schilderen. De belangrijkste scènes van het liefdesverhaal krijgen daardoor een bijna filmische kracht.

Het beroemdste moment is de Scène d’amour, waarin Roméo en Juliette elkaar ’s nachts ontmoeten. Berlioz laat het orkest zachtjes fluisteren en oplichten alsof de muziek zelf verliefd wordt. Waar Wagner liefde uitdrukt via de stem, vertrouwt Berlioz hier op pure instrumentale verbeelding. Het resultaat is een van de meest sensuele liefdesscènes uit de romantische muziek. Je voelt als luisteraar de stilstaande tijd waarin het orkest de intimiteit van de nacht toonzet.

Het drama dat eraan voorafgaat is even klassiek als universeel: twee jonge mensen uit rivaliserende families, de Montagues en Capulets, worden verliefd in een wereld die hun liefde onmogelijk maakt. De passie tussen Roméo en Juliette staat haaks op de gewelddadige geldingsdrang van hun omgeving. Berlioz vertaalt dat conflict in heftige orkestuitbarstingen en koorpassages die de collectieve waanzin van de familievete laten horen. Latere componisten zouden het verhaal opnieuw hertalen, denk aan Tsjajkovski’s beroemde ouverture-fantasie of Prokofjevs dramatische ballet, maar bij Berlioz ligt de nadruk minder op actie en noodlot dan op de extatische intimiteit van de liefde zelf.

Wanneer je Siegmund en Sieglinde naast Roméo en Juliette legt, vallen de parallellen meteen op. In beide gevallen gaat het om een liefde die tegen de orde van de wereld ingaat. Bij Shakespeare zijn het de rigide sociale structuren zoals familie, eer, geweld die de geliefden uit elkaar drijven. Bij Wagner zijn het mythologische wetten en goddelijke machtssystemen.

Maar in beide gevallen gebeurt hetzelfde: de liefde opent een moment van absolute vrijheid. Siegmund en Sieglinde herkennen elkaar alsof ze eindelijk thuiskomen. Roméo en Juliette ervaren in hun nachtelijke ontmoeting een wereld waarin haat en strijd even verdwijnen.

Wat overblijft is telkens hetzelfde inzicht: in muziek kan liefde groter worden dan het verhaal waarin ze ontstaat. Groter zelfs dan het leven. Misschien is dat waarom deze iconische liefdeskoppels ons blijven achtervolgen. Niet omdat hun verhalen goed aflopen, integendeel, maar omdat hun liefde, al is het maar voor een ogenblik, de wereld zelf lijkt stil te zetten door de onmetelijke schoonheid ervan.

tekst: Jasper Gheysen

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje