Strijkstokken, stress en samenspel

In het Sancta Maria in Deurne, het Groene Eilandje op Linkeroever en Aan de Stroom in Antwerpen-Noord klinken wekelijks bijzondere geluiden. Strijkstokken die voorzichtig hun eerste noten zoeken, zachte zanglijnen en het enthousiaste ritme van bodypercussie vullen de gangen.

Het is het werk van het opMaatorkest, dat een volledig schooljaar lang wekelijks muziek naar de klas brengt. Viooldocent Jeroen Vernimmen geeft les in verschillende scholen en ziet elke week hoe muziek meer wordt dan alleen noten leren.

Hoe ziet zo’n lesdag eruit bij het opMaatorkest? 

“De les begint eigenlijk al vóór de eerste noot klinkt. De kinderen halen zelf hun instrument op en brengen het zorgvuldig naar de klas. Dat is een bewust moment. Ze leren dat een instrument geen speelgoed is, maar iets waardevols waarvoor je verantwoordelijkheid draagt. In het begin van het schooljaar maak ik daar zelfs een liedje over. Zo wordt zorg dragen iets speels én vanzelfsprekends.”

“In mijn lokaal op het Groene Eilandje doen we eerst onze schoenen uit. Het is een ruimte zonder stoelen, met een speciale vloer en kussens. We zitten in een kring. Dat ritueel maakt het meteen anders dan een gewone les. Het voelt bijzonder.”

Hoe vul je zo’n les verder in?

“Geen twee lessen zijn hetzelfde. De ene week werken we rond bodypercussie en voelen ze het ritme in hun eigen lichaam. Een andere week leren we een nieuw lied en zoeken we samen naar de juiste klank en ademhaling. En natuurlijk zijn er momenten waarop de instrumenten centraal staan en we echt samen muziek maken.”

“Wat altijd voorop staat, is dat iedereen mee is. Muziek maken is in deze context geen individuele prestatie. Als één leerling afhaakt of zich onzeker voelt, dan voel je dat meteen in de groep. Daarom bouwen we stap voor stap op, met veel herhaling, maar ook met veel ruimte voor plezier en ontdekking.”

“In bijna elke les voorzie ik ook een klein toonmoment. Dat kan iets heel eenvoudigs zijn: per twee een stukje spelen voor de rest, of met een klein groepje een ritme tonen. Het hoeft niet groots te zijn, maar het maakt het wel echt.”

“De kinderen leren dat een instrument geen speelgoed is, maar iets waardevols waarvoor je verantwoordelijkheid draagt. Zo wordt zorg dragen iets speels én vanzelfsprekends.”

Brengt zo’n toonmomentje geen extra stress met zich mee?

“Een beetje spanning hoort erbij, en dat is net waardevol. Op het einde van het schooljaar staan de leerlingen op het podium van de Koningin Elisabethzaal. Voor veel kinderen is dat de eerste keer dat ze op zo’n indrukwekkende plek staan.”

“Een heel jaar toewerken naar dat ene grote slotconcert is een lange spanningsboog. Door regelmatig kleine toonmomenten in te bouwen, leren ze omgaan met gezonde stress. Zichzelf tonen voor een groep is trouwens een vaardigheid die veel verder reikt dan muziek. Of ze later nu muzikant worden, leerkracht, ondernemer of iets helemaal anders: durven opstaan en zich laten zien, dat nemen ze mee.”

Je werkt in een diverse context. Kom je uitdagingen tegen die verder gaan dan muziek?

“Zeker. Religieuze aspecten kunnen bijvoorbeeld een rol spelen. Zo heb ik al eens meegemaakt dat een leerling vanuit religieuze overtuiging niet mocht zingen. Dat zijn delicate situaties. Dan ga je in gesprek en zoek je samen naar een oplossing. Misschien kan dat kind een ritme spelen of een andere rol opnemen binnen de groep. Het belangrijkste is dat niemand zich uitgesloten voelt. Muziek moet verbinden, geen drempel vormen.”

Zijn er ook momenten waarop je met meerdere klassen samenkomt om muziek te maken? 

“Vier keer per schooljaar organiseren we een ‘tutti’. Dan komen verschillende klassen samen in één grote groep en oefenen we het repertoire met dirigent Tom Johnson. Zo’n moment is bijzonder. Plots voelen ze dat ze deel uitmaken van iets groters dan hun eigen klas. De energie verandert meteen. Vaak zijn ze in die grote groep zelfs geconcentreerder, omdat ze zich extra bewust zijn van hun rol in het geheel.”

“Sinds vorig jaar spelen wij als docenten — allemaal professionele musici — ook actief mee tijdens deze tutti-momenten. Op die manier krijgen de kinderen al in een vroeg stadium een idee van hoe het voelt om samen met het orkest te spelen. Ze horen onze instrumenten van heel dichtbij, met die volle klank en alle nuances. Dat maakt diepe indruk en motiveert hen enorm om zelf ook naar dat niveau toe te groeien.”

“Zichzelf tonen voor een groep is trouwens een vaardigheid die veel verder reikt dan muziek. Of ze later nu muzikant worden, leerkracht, ondernemer of iets helemaal anders: durven opstaan en zich laten zien, dat nemen ze mee.”

Wat is de mooiste herinnering die je tot nu toe aan het project hebt overgehouden?

“Na een slotconcert kwam een meisje uit het vierde leerjaar huilend naar me toe. Ze was niet verdrietig omdat het optreden voorbij was, maar omdat ons traject samen eindigde. Ze zei: ‘Nu ga ik nooit meer met jou kunnen spelen. Ik ga je missen.’ Ze had zelfs een kaartje voor me gemaakt.”

“Dat zijn momenten die binnenkomen. In twee jaar tijd bouw je echt een band op. Je ziet hen groeien: van aarzelende eerste noten tot samen een concert te dragen op een groot podium. Soms is een knuffel na het slotconcert evenveel waard als een perfect gespeelde partituur.”

Wat hoop je dat er overblijft bij de leerlingen als het traject stopt?

“We hopen een zaadje te planten. Niet iedereen stroomt door naar de academie, en dat hoeft ook niet. Maar bijna allemaal vinden ze het jammer dat het stopt, en dat zegt veel.

Sommigen zetten toch de stap naar muziekonderwijs. En het gebeurt dan regelmatig dat ze daar opnieuw hun docent van bij het opMaatorkest opzoeken.”

“Maar minstens even belangrijk zijn de andere dingen die groeien zonder dat je ze meteen ziet: zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid, leren luisteren naar elkaar, beseffen dat je samen sterker staat dan alleen. Als ze dat meenemen, dan heeft muziek haar werk gedaan.”

 

tekst: Rik Willebrords

Put me on the waiting list

Wish list

Added:

To wishlist