Erich Wolfgang Korngold

Van Weens wonderkind tot Hollywoodheld

 

Voor sommige componisten lijkt het in de sterren te staan dat ze een glansrijke toekomst tegemoet gaan. Zo behoorde Erich Wolfgang Korngold (1897–1957) nog voor zijn dertigste tot de meest succesvolle operacomponisten van Europa. Alles wees erop dat zijn leven zich zou afspelen in de grootste concertzalen en operahuizen van ons continent. Dat draaide toch enigszins anders uit.

Korngold groeide op als wonderkind in het cultureel bruisende Wenen. Zijn vader Julius was een invloedrijke muziekcriticus en assistent van de gevreesde recensent Eduard Hanslick. Het hoeft dus niet te verbazen dat in dit muziekminnende midden Korngolds uitzonderlijke talent al vroeg werd herkend. Zijn vader pakte maar wat graag uit met zijn briljante zoon en legde de kleine jongen bijzonder veel druk op. Op elfjarige leeftijd kon hij Gustav Mahler tot zijn fans rekenen en maakte hij zo’n indruk op Hanslick dat die hem prompt ‘de nieuwe Mozart’ noemde. Niet eens zo’n slechte vergelijking, want ook Mozart kampte met een erg autoritaire vader. Als tiener componeerde Korngold al orkestwerken en kamermuziek die getuigen van een verbazingwekkende beheersing van het vak. Zijn opera Die tote Stadt werd in 1920 een internationaal succes en vestigde definitief zijn naam als een van de belangrijkste componisten van zijn generatie.

Maar in de jaren 20 veranderde het politieke klimaat in Europa ingrijpend. Als Joodse kunstenaar werd Korngolds positie na de machtsovername door de nazi’s in 1933 steeds kwetsbaarder. In 1934 reisde hij naar Hollywood om muziek te bewerken voor de film A Midsummer Night’s Dream op uitnodiging van regisseur Max Reinhardt. Het was de bedoeling dat dit een tijdelijk avontuur zou worden, maar hij was zodanig goed in zijn vak dat hij steeds nieuwe aanbiedingen kreeg. In 1938 werd hem gevraagd om muziek te schrijven voor de film The Adventures of Robin Hood van de Warner Brothers. Hij neemt de opdracht aan en besluit zich noodgedwongen in Amerika te vestigen. Net op tijd, want in datzelfde jaar werd zijn huis in Wenen door de nazi’s binnengevallen en geconfisqueerd.

Amerikaans succes

In Californië bouwde hij een nieuw, succesvol bestaan op. Hij werd een van de grondleggers van de symfonische filmmuziek. Zijn rijke orkestklank, lyrische melodieën en dramatische gevoel bleken perfect aan te sluiten bij het avontuurlijke Hollywood van de jaren dertig en veertig. Hij won met zijn filmscores zelfs twee Academy Awards. Brendan Carroll, musicoloog en stichter van de International Korngold Society, vat Korngolds succesformule treffend samen: “Door elke film te behandelen als een ‘opera zonder zang’ (elk personage heeft zijn of haar eigen leidmotief) creëerde hij intens romantische, rijk melodische en contrapuntisch complexe partituren, waarvan de beste een cinematografisch paradigma vormen voor de symfonische gedichten van Richard Strauss en Franz Liszt.”

Hoewel de filmbonzen Korngold aantrekkelijke contracten en een hoog loon boden, geraakte hij toch wat gedesillusioneerd. Hij ervoer zijn filmwerk immers nooit als een definitieve bestemming, hoe goed hij er ook in was. Hij beschouwde zichzelf in de eerste plaats als componist van concertmuziek. Kwatongen, onder wie zijn eigen vader, beweerden wel eens dat hij zijn artistieke integriteit aan Hollywood had verkocht. Hij hoopte vurig om na zijn pensioen als filmcomponist opnieuw een plaats te veroveren in het ‘serieuze’ muziekleven, maar dat bleek moeilijker dan verwacht. Niet alleen Europa was veranderd; ook het muzikale landschap had zich in een andere richting ontwikkeld. De laatromantische taal waarin Korngold excelleerde, was niet langer in trek.

Nochtans stammen juist uit die periode de werken die vandaag het vaakst op de lessenaars verschijnen. Het Vioolconcerto (1945) put uit melodieën die Korngold eerder voor films schreef, maar hij gaf ze een nieuw leven binnen de traditie van het romantische concerto. Het werd in 1947 in première gebracht door Jascha Heifetz en is sindsdien niet meer weg te denken.

Symfonicus

Met de Symfonie in Fis (1952) maakte hij nog een ambitieuzer statement. Het monumentale werk moest zijn visitekaartje worden als symfonicus, hét bewijs dat hij meer was dan een filmcomponist. Zelf schreef hij erover: “ik geloof dat mijn nieuwe symfonie aan de wereld zal tonen dat atonaliteit en lelijke dissonanties – ten koste van inspiratie, vorm, expressie, melodie en schoonheid – uiteindelijk zal resulteren in een ramp voor de muziekkunst”. Helaas was de première een catastrofe, het orkest was slecht voorbereid en de reacties waren lauw. Het werk zou meer dan 20 jaar stof vangen in de kast. Niet dat het een slechte symfonie is, wel integendeel. De gerenommeerde Grieks-Amerikaanse dirigent en componist Dimitri Mitropoulos schreef erover in 1959 dat hij zijn hele leven lang had gezocht naar het ideale moderne werk en claimde gevonden te hebben wat hij zocht in deze symfonie.

Waarom bleef dit werk dan zo lang onuitgevoerd? Korngolds symfonie klonk naar toenmalige normen simpelweg passé. Decennia na zijn dood begon gelukkig de bredere herwaardering van zijn muziek. Men is het er op heden unaniem over eens: zijn symfonie is een groots meesterwerk en een van zijn emotioneel meest diepzinnige werken. Er zit onmiskenbaar veel van zijn lyrische meesterschap in, maar tegelijk klinkt het bij momenten ook gedurfd scherp of zelfs ronduit bitter. De symfonie is dramatisch, doordrenkt van expressieve kracht en bijzonder rijk georkestreerd: hij voegde aan het standaardorkest onder andere piano, harp, marimba én celesta toe. Het werk is opgedragen aan president Franklin D. Roosevelt als eerbetoon aan de VS, waar hij zijn nieuwe thuis vond.

Jessica Duchen stelt in haar biografie over Korngold dat hij paradoxaal genoeg een van de meest invloedrijke componisten van de twintigste eeuw was. Zijn invloed klinkt door in de populaire soundtracks van talloze hedendaagse filmcomponisten zoals John Williams en Howard Shore. Zijn leven laat ook zien hoe een kunstenaar zich soms willens nillens moet verhouden tot een veranderende wereld. Een nieuw medium wierp een nieuwe blik op de rol van muziek in de samenleving en heeft in dit geval zelfs zijn leven gered. Zuiver formalisme kan hem moeilijk verweten worden, maar platte commerce evenmin. Hij gaat de muziekgeschiedenis in als een briljante vakman die aantoonde dat traditie geen stilstaand gegeven hoeft te zijn.

tekst: Florestan Bataille

Agenda

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje