Het Morgen van Marc Albrecht

Vanaf september waait er een nieuwe wind door de Koningin Elisabethzaal: Marc Albrecht treedt aan als de nieuwe chef-dirigent van het Antwerp Symphony Orchestra. Het seizoen ‘Morgen’ biedt hem meteen een goedgevulde agenda: een groots opgezet inauguratieconcert, samenwerkingen met internationale topsolisten, een buitenlandse tournee en tal van symfonische meesterwerken. In de aanloop naar dit nieuwe concertseizoen zoeken wij hem op voor een gesprek.

Marc, welkom terug in Antwerpen. Je hebt het Antwerp Symphony Orchestra inmiddels meerdere keren gedirigeerd. Wat herinner je je van die eerste ontmoeting? 

Die herinner ik me heel goed. Ik kende het orkest uiteraard van zijn opnames en internationale reputatie, maar ik had hen nog nooit live gehoord. Die eerste samenwerking was een bijzonder aangename verrassing. Ik merkte snel de directe, spontane communicatie op. Dat is zeldzaam. Bij een nieuw orkest moet je vaak eerst aftasten, een gemeenschappelijke gebarentaal ontwikkelen. Hier voelde die non-verbale uitwisseling vanaf het eerste moment vanzelfsprekend aan.

Er was ook een duidelijke wederzijdse nieuwsgierigheid, en zelfs een gezonde spanning. Dat leidde tot een sterke connectie. We kwamen snel op een punt waar we intensief en diepgaand konden werken. Dat is voor mij het mooiste wat er is: samen zoeken, samen ontdekken. Het voelt telkens als een geschenk om met dit orkest te werken, en daarom kijk ik er met zoveel enthousiasme naar uit om die draad nu opnieuw op te nemen.

Wat typeert het orkest voor jou?

Wat me meteen opviel, was hun grote aandacht voor klank en ruimte. Maar misschien nog opvallender is hun geduld. Dit is een orkest dat de tijd neemt om te zoeken naar de juiste klankkleur. We konden blijven werken aan een detail – een balans, een dynamische nuance – tot het precies goed voelde. Die concentratie en bereidheid om niet te haasten, zijn uitzonderlijk.

Zelfs in de meest krachtige passages blijft de toon rond en verbonden. De klank wordt nooit scherp of agressief. Zelfs in de meest krachtige passages blijft de toon rond en verbonden. Dat verraadt een ensemble dat echt luistert en zich bewust is van de ruimte waarin het speelt.

Dat luisteren is trouwens precies wat ook grote solisten aanspreekt. Ik merk dat musici van het hoogste niveau dit orkest ervaren als een echte gesprekspartner en met enthousiasme naar Antwerpen komen. Volgend seizoen werken we samen met topsolisten als Daniel Lozakovich, Stella Chen en aanstormend talent als Nikola Meeuwsen – artiesten die zeer bewust kiezen met wie ze het podium delen. Zij zoeken geen begeleidingsmachine, maar een orkest dat mee ademt en mee denkt, en dat vind je hier absoluut.

foto: KVdS media

"Ik vergelijk de Koningin Elisabethzaal graag met een Stradivarius-viool. Zo’n instrument is van onschatbare waarde, maar vraagt ook grote beheersing en finesse."

Samen met het Antwerp Symphony Orchestra leer je ook je nieuwe thuisbasis voor de komende jaren kennen: de Koningin Elisabethzaal.

Ik kijk daar enorm naar uit. De Koningin Elisabethzaal behoort wat mij betreft tot de beste moderne concertzalen ter wereld. De akoestiek is helder en transparant, een droom voor een dirigent. Tegelijk is het een veeleisende omgeving: je kunt je nergens verstoppen. Elk detail is hoorbaar.

Ik vergelijk de zaal graag met een Stradivarius-viool. Zo’n instrument is van onschatbare waarde, maar vraagt ook grote beheersing en finesse. Je moet de zaal actief, als een bijkomend instrument, bespelen. De akoestiek wordt een integraal onderdeel van de interpretatie. Waar je in een drogere zaal soms harder moet spelen, moet je hier juist ruimte laten: de klank laten ademen, zich mengen en terugkomen. Het Antwerp Symphony Orchestra kent die zaal door en door en weet haar volledig in de muziek op te nemen. Dat is een enorme rijkdom, niet alleen voor het orkest, maar ook voor de stad.

Het thema van je eerste seizoen als chef-dirigent is ‘Morgen’. Wat betekent dat voor jou?

Voor mij staat ‘Morgen’ in de eerste plaats voor beweging. Vooruitgang. Het is de uitdrukking van de onmogelijkheid om stil te staan, het verlangen om vooruit te kijken. Hoewel ik me net zo gelukkig voel in de galerie van Brahms en Beethoven, zou ik als dirigent mijn roeping verraden als ik de muziek van onze eigen tijd zou negeren.

Dat brengt me bij de beroemde uitspraak van Mahler, die eigenlijk mijn mantra is: “Traditie is het doorgeven van het vuur, niet het aanbidden van de as.” Dit vat alles samen. Je moet de traditie kennen en respecteren, maar als je alleen blijft herhalen wat altijd zo is gedaan, verliest muziek haar vitaliteit. Het oude heeft het nieuwe nodig om te blijven leven. Dat spanningsveld is essentieel.

foto: Moritz Nähr

"Mahler was de profeet van de 20ste eeuw."

De figuur Mahler is dus cruciaal in dat verhaal. Hoe zie je hem als de sleutelfiguur die de deur naar 'Morgen' heeft geopend?

Mahler was de profeet van de 20ste eeuw. Zijn symfonieën zijn kolossale bouwwerken die ook de angst, de onzekerheid en de aanstormende catastrofes van de wereldoorlogen en de industrialisatie al verklankten. Hij schreef in een taal die de romantiek definitief achter zich liet. Hij stond op de grens van gisteren en morgen, en daardoor werd hij de wegbereider van de moderne muziek.

Vanuit Mahler kun je een duidelijke lijn trekken naar zijn erfgenamen, zoals Schönberg, Berg en Webern – componisten die de muzikale taal verder verscherpten en de tonaliteit loslieten. Door die lijn hoorbaar te maken, tonen we muziekgeschiedenis niet als losse blokken, maar als een voortdurende, levende beweging. Dat is voor mij de essentie van ‘Morgen’.

In de programmering valt de aandacht voor composities van o.a. Korngold en Janáček op, werken die niet elke week gespeeld worden. 

Ik zie het als mijn artistieke opdracht om meesterwerken die ten onrechte uit het repertoire zijn verdwenen, opnieuw onder de aandacht te brengen. Neem Erich Wolfgang Korngold, hij was een uitzonderlijk talent dat door de geschiedenis naar de achtergrond is geduwd. Zijn Symfonie in Fis, die hij schreef na zijn terugkeer naar het verwoeste Wenen, is een indrukwekkend werk van grote emotionele kracht, in de traditie van Mahler en Bruckner. Toch is dit stuk in Antwerpen al decennialang niet uitgevoerd. Zo’n werk verdient het om opnieuw ontdekt te worden. Die herontdekking is een avontuur, voor orkest én publiek.

Hetzelfde geldt voor Leoš Janáček. Hij volgde zijn hele leven een volstrekt eigen muzikale weg, sterk geworteld in de Tsjechische taal en volksmuziek. Pas laat in zijn leven brak hij door, met werken die vandaag nog altijd fris en onconventioneel klinken. Zijn Sinfonietta  is een perfect voorbeeld van muziek die haar eigen ‘morgen’ creëert, los van modes of verwachtingen.

Over de toekomst gesproken: je besteedt veel aandacht aan de nieuwe generatie componisten. Hoe creëer je naast een Mahler-symfonie ruimte voor een beginnende kunstenaar?

Dat is essentieel. We kunnen niet met Beethoven of Brahms in dialoog gaan, maar met de componisten van nu wel. Zij schrijven de muziekgeschiedenis van de komende decennia. Daarom lanceren we de Jonge Impuls. Jonge componisten krijgen de kans om een kort werk te schrijven voor het volledige orkest. Dit nieuwe format is een soort verrassingselement, een muzikaal laboratorium.

Het is een win-winsituatie. Voor de componist is het een ongelooflijke kans om met een professioneel orkest te werken. Voor het orkest is het spannend, want ze spelen iets gloednieuws. En voor het publiek is het een injectie van de nieuwste klanken, een speelse manier om de afstand tussen het publiek en de levende componist te verkleinen. De confrontatie van een Mahler-symfonie met een gloednieuwe Jonge Impuls toont aan dat muziekgeschiedenis één ononderbroken, levendige stroom is. Een modern orkest moet die totaliteit durven tonen.

foto: Vincent Callot

"Tijdens een concert creëren we een gedeeld moment waarin de tijd even stilstaat. Het is een collectieve ervaring, waarin we niet alleen schoonheid delen, maar ook twijfel, angst en verlangen."

Hoe zie jij de relevantie van een symfonisch orkest in de maatschappij van vandaag, en morgen?

Muziek is de meest vluchtige van alle kunsten. Je kunt niet even teruglopen om het nog eens te zien. Het klinkt, het raakt je, gaat door je heen, en het is voorbij. Maar in die vluchtigheid schuilt een ongeëvenaarde kracht.

Tijdens een concert creëren we een gedeeld moment waarin de tijd even stilstaat. Het is een collectieve ervaring, waarin we niet alleen schoonheid delen, maar ook twijfel, angst en verlangen. Wat het publiek meeneemt is niet tastbaar, maar wel blijvend. Muziek is in mijn eigen leven altijd een anker geweest, en ik hoop dat we dat gevoel ook aan anderen kunnen doorgeven: een gedeeld moment van rust en verbondenheid in een wereld vol ruis.

Dit seizoen markeert ook je eerste tournee met het orkest. Vind je het belangrijk om te reizen met het orkest?

Heel belangrijk. Tijdens een tournee ben je intens samen onderweg, dag en nacht. Dat verdiept de muzikale band en versnelt het gevoel van samenhorigheid. Het versterkt het idee van een gezamenlijke artistieke missie. Ik kijk ernaar uit om te zien hoe het Antwerp Symphony Orchestra zich internationaal presenteert en zijn reputatie verder uitbouwt. Het wordt een cruciale stap in onze gezamenlijke artistieke toekomst.

Het is bovendien bijzonder waardevol dat we dit internationale verhaal volgend seizoen samen met de geweldige violist Augustin Hadelich kunnen uitdragen.

Wat is jouw persoonlijke wens voor ‘Morgen’?

In één woord: vrede.

Vrede in de wereld, maar ook vrede binnen onze kunst. Wat we in de concertzaal creëren, is een tijdelijk moment van harmonie: alles valt even op zijn plaats. Zelfs in de meest dramatische muziek vinden we orde, betekenis en expressie. Dat is een vorm van innerlijke vrede.

Dat is voor mij de diepste betekenis van het doorgeven van het vuur — en mijn wens voor elke ‘Morgen’ die komt.

 

tekst: Rik Willebrords

Agenda

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje