Aquarellen met muziek en woord

Stadsdichter Esohe Weyden en het Antwerp Symphony Orchestra vieren samen feest

 

Op 4 december sluit Esohe Weyden haar tweejarige parcours als Antwerpse stadsdichter af in de Koningin Elisabethzaal. Ze deelt dan het podium met het Antwerp Symphony Orchestra in een bijzondere performance van muziek en spoken word. Het feestconcert is het resultaat van een droom die al sluimerde, lang voor ze als stadsdichter aan de slag ging. En dat is niet het enige idee dat in haar hoofd leefde: deze jonge dichter is een vat vol plannen en energie. Op elk moment broedt ze op razend interessante ideeën en ze aarzelt niet om die ter sprake te brengen. We ontmoeten haar in volle zomertijd, in de koelte van de concertzaal.

Je bent aanwezig op zowat alle grote events in Antwerpen: Museumnacht, Antwerp Pride ... Heb je ook de tijd om te genieten van de zomer?

“Ja, zeker wel! Ik doe inderdaad veel, maar dat is ook echt wel genieten voor mij. Museumnacht en Pride in Town zijn twee hoogtepunten waar ik al het hele jaar naar uitkijk. Dus volmondig ja: ik geniet.”

Die sterke band met Antwerpen, is die er altijd al geweest?

“Ik ben hier geboren en getogen. En in mijn poëzie werk ik in hoofdzaak samen met Antwerpse mensen en organisaties. Is dat omdat ik hier mijn netwerk heb opgebouwd? Misschien, maar de werkelijke reden zit volgens mij in Antwerpen zelf. In deze stad is zo ontzettend veel cultuur aanwezig. Je vult je agenda moeiteloos met enkel Antwerpse evenementen. Op dat vlak is Antwerpen echt het culturele mekka van België.”

“Bibliotheek Permeke is bijvoorbeeld een plek waar ik steeds naar terugkeer. Toen ik begon, mocht ik daar al poëzievoordrachten en workshops geven. Nu, jaren later, vragen ze me nog. Permeke geeft haar artiesten ruimte om te groeien en terug te komen. Die duurzame band vind ik prachtig, en dat typeert de Antwerpse cultuur: ze staan open voor nieuw talent, omarmen je en laten je niet meer los.”

Foto: Koen Broos
Inzoomen

En dan word je gevraagd om stadsdichter te worden.

“Ja, dat is heel bijzonder. En tegelijkertijd ook wat mysterieus: ik weet tot op de dag van vandaag niet wie er precies in die jury zat. Je wordt simpelweg gebeld met het nieuws dat je gekozen bent.”

“Mijn aanstelling kwam voor de eerste keer rechtstreeks vanuit de culturele organisaties in Antwerpen. Het getuigt van veel vertrouwen van het middenveld dat ze mij naar voren hebben geschoven om me twee jaar als dichter op de stad los te laten. Ik ben daar ongelooflijk erkentelijk voor.”

Met welke verwachtingen ben je eraan begonnen?

“Verwachtingen had ik niet zozeer; wel héél veel dromen ... En het is wonderwel goed gelukt om veel van die plannen ook uit te voeren!” (lacht) “Ik wilde het stadsdichterschap niet in mijn eentje bewandelen. Mijn projecten moesten doelbewust samen met de stad ontstaan. Elk gedicht is een samenwerking met minstens één, soms meerdere organisaties. Met mensen, met makers, met andere kunstenaars, met bewoners. Ik kan niet in een schrijftoren zitten en op Antwerpen neerkijken, neen, ik wil samen creëren vanuit de stad.”

“Zo heb ik op Linkeroever een gedicht geschreven door er een paar weken rond te hangen en met iedereen te praten. Met scholieren die op een pleintje hun boterhammen opaten, met jongeren in een jeugdhuis, met ouderen die kwamen wandelen bij het Europark ... Uit al die verhalen is het gedicht Sterrenregen ontstaan, dat nu op de gevel van bibliotheek Elsschot prijkt.”

Je stadsdichterschap loopt richting zijn einde. Heeft het traject jou veranderd?

“Ik heb letterlijk en figuurlijk de hand willen reiken naar de stad, en dat heeft effect gehad. Nu ontvang ik berichtjes van mensen die hun persoonlijke verhaal of ideeën met me delen. Die verhalen zijn een grote bron van inspiratie geweest, en het voelt wel als een bevoorrechte positie dat je een soort vertrouwenspersoon voor de stad mag zijn.”

“Door al die ontmoetingen heb ik Antwerpen op een volstrekt nieuwe manier leren kennen. Ik voelde me tegelijkertijd inwoner én toerist in eigen stad. Zo heb ik culturele parels ontdekt die voor mij verborgen waren gebleven, zoals Museum Mayer van den Bergh en het juwelenmuseum DIVA. Ik ging al wekelijks naar musea en liep er honderden keren voorbij, en toch duurde het tot nu voor ik ze echt binnenstapte. Het geeft maar weer aan hoe rijk het culturele leven hier is.”

Foto: Lisa Weyden

En dan besluit je je stadsdichterschap af te sluiten met een volledig symfonisch orkest. Hoe is dat gekomen?

“Eerlijk? Dat idee spookte al door mijn hoofd vóór ik stadsdichter werd. Ik bezocht regelmatig concerten van het Antwerp Symphony Orchestra in de Koningin Elisabethzaal en was al lange tijd verliefd op de zaal én het orkest.”

“Tijdens een celloconcert werd het zaadje geplant: poëzie combineren met symfonische muziek moet waanzinnig goed werken. Ik zat in de zaal, er werd niets uitgesproken, maar iedereen om me heen beleefde dezelfde emoties. De kracht van muziek is dat het een universele taal is. Ik zag grote parallellen met wat poëzie en spoken word proberen te doen: emoties overbrengen.”

“Als ik schrijf, staat er bovendien altijd klassieke muziek op. Die heeft de zeldzame kracht om de juiste gemoedstoestand op te wekken. Zo had ik bijvoorbeeld voor mijn laatste dichtbundel (Richtingloos navigeren, over de volledige cyclus van liefde, n.v.d.r.) nog een gedicht nodig over verscheuring, liefdesverdriet. Het was een prachtige zomeravond, de vogeltjes floten, ik zat zelf in een heel positieve fase: dan is zoiets schrijven niet evident. Maar de juiste muziek helpt op zo’n moment om die pijn toch te voelen en neer te pennen.”

“Ik wist dus meteen: mijn afsluiting wordt een versmelting van poëzie en muziek. En dat moést met Antwerp Symphony Orchestra zijn, in de Koningin Elisabethzaal, want hier word je bij het binnenkomen meteen meegezogen in een intense culturele beleving. Ik ben heel blij en dankbaar dat iedereen zo snel mee in dit verhaal stapte. Op 4 december vallen al die puzzelstukjes samen.”

Wat voegen die twee kunstvormen, muziek en poëzie, aan elkaar toe?

“Ze versterken elkaar. Waar instrumenten meteen de toon zetten, geeft de poëzie extra kleur. Zie het als een aquarelschilderij: de muziek legt de eerste laag — al een prachtig kunstwerk op zich — en het gesproken woord voegt daar een laag aan toe waardoor de kleuren opeens nog intenser worden. Of omgekeerd!”

“Voor de muziekkeuze ben ik blij dat ik kon vertrouwen op experts. Ulrike Niehoff (artistiek directeur van het Antwerp Symphony Orchestra, n.v.d.r.) en dirigent Holly Choe zijn aan de slag gegaan met mijn gedichten. Zij hebben muziekstukken geselecteerd die de lagen perfect in elkaar vlechten: zo komen die verschillende perspectieven helemaal tot hun recht.”

Samen vieren we ook het 10-jarig jubileum van de zaal.

“Klopt, en dat is voor mij ook heel bijzonder: hier beleefde ik als tiener mijn allereerste klassieke concert, dat ik via mijn school kon bijwonen. Ik herinner me nog levendig hoe toen een heel nieuwe wereld voor me open ging, en die fascinatie is nooit weggegaan.” “Dankzij die drempelverlagende initiatieven van de school en het orkest zat ik daar toen. Dat duwtje in de rug is cruciaal om mensen te laten proeven van iets nieuws. Met dit feestconcert hoop ik precies hetzelfde te doen: de deuren wijd openzetten voor iedereen.”

De dictafoon gaat uit, maar het gesprek kabbelt nog rustig verder. “Weet je, ik heb nog een ander projectje; kunnen we daarover ook even brainstormen?” En daar volgt het al: een kersvers idee wordt op tafel gegooid. Deze stroom is nog lang niet opgedroogd.

 

tekst: Jo Wyers | eerste foto: Lisa Weyden

Agenda

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje