Dvořáks Requiem

Dvořák fronst zich een voorhoofdrimpel:  valt er met de dood te leven? Het moedigste aller requiems geeft geen gemakkelijke antwoorden.

 

Vraag een doorsnee muziekliefhebber om drie favorieten uit het requiemrepertoire te kiezen en de kans is groot dat Mozart, Fauré en Brahms uit de urne komen. Volstrekt begrijpelijk: Mozart liet de dood op de deur bonzen, Fauré gaf de eeuwigheid vleugels en Brahms sloeg een arm om de achterblijvers heen. Antonín Dvořák pakte het anders aan. Zijn Requiem opus 89 (1890) belooft geen snelle doorgang naar het licht maar dreigt evenmin met hellevuur. Dvořák kijkt de sterfelijkheid langdurig in de ogen en vraagt hoe verdriet, angst, geloof, hoop en twijfel samen in één mensenhoofd kunnen wonen.

Voor niemand en iedereen

Toen Dvořák zijn Requiem componeerde voor het muziekfestival van Birmingham, had Engeland de Tsjechische grootmeester al royaal in de armen gesloten. Zijn Stabat Mater, in 1884 nog triomfantelijk onthaald in Londen, had bewezen dat de man van de Slavische dansen ook het grotere, serieuze werk aankon.

Terwijl het Stabat Mater Dvořáks eigen ontreddering na de dood van drie van zijn kinderen reflecteert, componeerde hij de dodenmis zonder specifieke overledene in gedachten — zijn Requiem is met andere woorden geen gelegenheidsmonument voor het afscheid van een familielid, vriend, collega of publieke figuur. Daarmee onderscheidt het werk zich van Mozarts mysterieuze laatste opdracht en van Ein deutsches Requiem, waarin Brahms het overlijden van zijn moeder probeert te verwerken.

Ook inhoudelijk kiest elk een andere route. Brahms verlaat het Latijn en richt zich met Duitse Bijbelteksten tot de levenden. Fauré snoeit het angstaanjagende Dies irae om plaats te maken voor rust en licht. Dvořák behoudt daarentegen wel de blauwdruk van de traditionele katholieke dodenmis, inclusief haar schrikbarende beeldspraak en onbeantwoorde vragen.

Existentieel motiefwerk

Niet alles moet worden opgelost om troost te kunnen vinden. Die gedachte laat Dvořák door het werk spoken aan de hand van een viernotenmotief dat hij al in de eerste maten naar de voorgrond duwt: een nerveuze, chromatische beweging die geen vaste grond lijkt te vinden. Het is nauwelijks een thema; eerder een melodische frons, een klankkier waardoor koude lucht binnenstroomt.

Twee jaar eerder had hij met datzelfde gegeven al een van zijn Liefdesliederen, opus 83 besloten, op de woorden: “O, wanneer zal de golf van het leven mij meevoeren?” Het motief dat hier nog een intieme vraag naar eindigheid signaleerde, groeit met bijna 200 verschijningen in het Requiem uit tot een structureel anker. De ene keer kletst het je in het gezicht, dan weer cirkelt het rond, tussen, binnenin de ribben van een onverdachte melodie.

Dvořák kijkt de sterfelijkheid langdurig in de ogen en vraagt hoe verdriet, angst, geloof, hoop en twijfel samen in één mensenhoofd kunnen wonen.

Apocalyps in zes scènes

Waar Fauré de Dag des Oordeels ontwijkt, heeft Dvořák voor het Dies irae zes afzonderlijke delen veil: Dies irae, Tuba mirum, Quid sum miser, Recordare, Confutatis en Lacrimosa. De lange, middeleeuwse tekst verschijnt niet als een massief blok, maar als een dramaturgisch clevere opeenvolging van scènes en standpunten. Eerst raast er collectieve paniek door koor en orkest; dan klinkt de bazuin die de doden voor de rechtvaardige rechter roept. De schuldenaar moet het rooien met de vraag: wat moet ík dan zeggen ...?

Dan staat Dvořák, de operacomponist, op. De stemmenchoreograaf die feilloos aanvoelt wanneer iedereen moet spreken en wanneer er eentje uit de massa mag ontsnappen. In Recordare ontspant de tijd en trekt de viool een kwetsbare lijn door het notengeweld. Maar in Confutatis steekt de dreiging opnieuw de kop op. Dvořák speldt schurende wroeging en hoopvolle rilling naast elkaar op hetzelfde emotionele prikbord.

Troost zonder gouden strik

Na het Lacrimosa komt het Offertorium tot rust. Of beter: tot voorzichtige bezinning. Geleidelijk aan verandert de lading van de melodieën. In het Sanctus begint er iets te dagen; stemmen richten zich opwaarts. Het Pie Jesu zoekt de intimiteit van de samenzang op, in volle koorconstellatie én in onbeschermde ensembles. Maar wie ten slotte een stralende hemelpoort verwacht, krijgt het deksel op de neus.

Want in het Agnus Dei mengt Dvořák opnieuw donkere kleuren door het palet. Het viernotenmotief spreidt een schaduwsluier uit. Er is hoop, maar die wordt niet als een gouden strik om de partituur geknoopt. De laatste maten verglijden naar het mineur waarmee alles begon. Solisten en koor stoten hun laatste gebeden uit; de blazers besluiten wat de stem niet afmaakte.

Foto: Vincent Callot
Inzoomen

Echo’s van het ongewisse

Welke koorzanger zou deze partituur niet te lijf willen gaan? Dvořák mag dan vooral bekendstaan als meester van het orkestapparaat, hij weet minstens zo goed hoe stemmen ademen en bewegen. Soms gebruikt hij de koorgroepen als pigmenten die samen één verzadigde kleur mengen. Dan weer trekt hij de registers één voor één open, alsof hij met een plamuurmes reliëf aanbrengt in natte verf.

Het is meteen ook de reden waarom deze partituur live zoveel meer prijsgeeft dan thuis tussen twee luidsprekers: je ervaart hoe klankstromen door lichamen trekken, zich bundelen, botsen en weer uiteenvallen. Met Collegium Vocale Gent, Philippe Herreweghe en het Antwerp Symphony Orchestra krijgt die fijnmazige vocale architectuur bovendien uitvoerders die transparantie niet met bloedarmoede verwarren.

Open einde

Wat doe je als luisteraar met een rollercoaster die je na 90 minuten duizelen uitspuwt in het hier en nu? Er wacht geen knuffel — zoals die van Brahms — noch huiver à la Mozart. Dvořák mikt net op het oneindige klinkt-het-niet-dan-botst- het van de tegenstrijdige gevoelens die verlies in ons wakker maakt. Dat maakt dat dit Requiem misschien niet de meest evidente publieksfavoriet, maar wel een uniek buitenbeentje is: zelden heeft muziek zo moedig geweigerd antwoorden te verzinnen. 

 

Tekst: Sofie Taes | Foto bovenaan: Jens Baert

Agenda

Zet mij op de wachtlijst

Wenslijstje

Toegevoegd:

Ga naar wenslijstje