Anton Bruckner: Architectuur en warme menselijkheid

In september 2024 zal het precies 200 jaar geleden zijn dat Anton Bruckner in Ansfelden werd geboren. In de deelstaat Opper-Oostenrijk maakt men zich nu al op om over enkele maanden groots uit te pakken met Bruckner-festivals, -concerten, en -tentoonstellingen om hun beroemde componist te herdenken. Wie grasduint in de programma’s van internationale orkesten, muziektempels en festivals weet dat de Bruckner-koorts de komende maanden zienderogen zal toenemen. Ook Antwerp Symphony Orchestra draagt met uitvoeringen van de Mis in f en de Zevende symfonie haar steentje bij aan de oprichting van wat een indrukwekkend klinkend Bruckner-monument zal worden. Het concertpubliek zal likkebaarden en volop meegenieten.

Bruckners muziek verdient dezelfde status als die van Ludwig van Beethoven of Gustav Mahler. En toch wordt het oeuvre van deze laatste twee componisten weleens hoger ingeschat omdat hun muziek meer in het verlengde van hun tragische leven lijkt te liggen. Wellicht omdat Bruckner zich pas op zijn 44ste definitief in Wenen vestigde, onthield men na zijn dood vooral dat hij in de provincie een vrome kerkorganist was. Een harde werker die tot zijn 37ste getuigschriften en diploma’s bleef verzamelen om toch maar zijn muzikale vakkennis en kunde te bewijzen. Over Bruckner circuleren telkens weer anekdotes die alledaagsheid lijken te suggereren: Bruckner de fervente zwemmer en wandelaar, de violist die tot diep in de nacht dansmuziek op zijn viool speelde en die zelf uitstekend de quadrille kon dansen, de eeuwige twijfelaar die zijn composities maar bleef herwerken, de man die zich graag met amateurkoren ophield en, o ja, aardig wat bier kon verzetten. Bruckner de zonderlinge eenzaat ook.

Fascinerende muziektaal

Hoe kan tegenover de achtergrond van dat, overigens uitermate eenzijdige, biografische beeld een geniaal symfonisch oeuvre uit de verf komen? Dat lukt aardig omdat Bruckner een uitzonderlijke componist was die op het vlak van vakkennis en compositietechnieken hoge toppen scheerde. Hij was stevig verankerd in de Europese muziektraditie en als bewonderaar van het werk van Beethoven, Schubert, Berlioz en Wagner slaagde hij er toch maar in om een persoonlijke, toekomstgerichte muziektaal te ontwikkelen. Het subtiel laten opdoemen van een nevelige orkestklank, plotse onderbrekingen, stiltes, inlassen midden in de muzikale opbouw, fijntjes uitgekiende montagetechnieken toepassen, repetitieve loops creëren die de spanningsopbouw aanzwengelen, grootse architectonische structuren uittekenen, statisch en dynamisch moeiteloos verzoenen; met zijn hoogst originele muziektaal provoceerde Bruckner en bracht hij vele tijdgenoten in de war. Maar zijn muziek verbaasde en fascineerde ook. Geleidelijk is de bewondering voor dat originele en integere oeuvre gegroeid en is de uitzonderlijke kwaliteit ervan tot een breed publiek doorgedrongen.

In de beginjaren staken dirigenten Arthur Nikish, Hermann Levi en Gustav Mahler hun nek uit voor dit repertoire. In Europa is de waardering na zijn dood in 1896 alsmaar toegenomen. Het Amsterdamse Concertgebouworkest heeft daar buiten het Duitse taalgebied een belangrijke rol in gespeeld met dirigenten als Willem Mengelberg, Eduard Van Beinum en Bernard Haitink. Met hun innemende uitvoeringen veroverden ze ook de harten van vele luisteraars. Dankzij andere dirigenten is zijn muziek uiteindelijk wereldwijd verspreid en geliefd geraakt.

Pleitbezorger Philippe Herreweghe

Ook Antwerp Symphony werkt al bijna dertig jaar samen met een belangrijke pleitbezorger van Bruckners muziek. Toen Philippe Herreweghe midden de jaren negentig zijn intrede deed bij het orkest zette hij een Bruckner-cyclus op, en ook op buitenlandse tournees werden de symfonieën van Bruckner onder meer naar het Concertgebouw in Amsterdam en naar de grote Japanse concertzalen gebracht. Naar aanleiding van zijn eerste Bruckner-concerten in Antwerpen verwoordde Philippe Herreweghe het zo: “Ik voel me sterk aangetrokken tot muziek waar de emotie uitgaat van architectuur, van structuren of polyfone muziek. En die muziek komt niet alleen uit de renaissance en barok. Voor mij zijn de absolute toppers van deze traditie Josquin Desprez, Johann Sebastian Bach en Anton Bruckner. En laat ze maar zeggen dat ik een barokspecialist ben. Voor mij liggen die drie componisten dichter bij elkaar dan Vivaldi en Bach binnen de barok.” 

“Met zijn hoogst originele muziektaal provoceerde Bruckner en bracht hij vele tijdgenoten in de war. Maar zijn muziek verbaasde en fascineerde ook. Geleidelijk is de bewondering voor dat originele en integere oeuvre gegroeid en is de uitzonderlijke kwaliteit ervan tot een breed publiek doorgedrongen.”

 

Universeel religieus

Die muzikale architectuur live horen optrekken en er als luisteraar in kunnen ronddwalen, de schoonheid en grootsheid ervan kunnen ervaren, dat is de uitgelezen manier om Bruckners unieke erfenis naar waarde te schatten. Voeg daarbij nog de levenswijsheid, mystiek en diepgang die van deze creaties uitgaan en je wordt als Brucker-luisteraar uitvoerig beloond. Bruckners muziek is net als die van Bach universeel religieus. Niet alleen de motetten of missen, ook de instrumentale composities hebben die fijne religieuze dooradering. 

Op zijn uitdrukkelijke wens werd Bruckner begraven in de crypte, precies onder het orgel van het klooster Sankt-Florian. Na de dood van zijn vader werd hij naar het internaat van dit klooster gebracht waar hij als 12-jarige florianer Sängerknabe in de kerkmuziek ondergedompeld werd. Als zwalpende en zoekende jongeman vond hij er als organist weer rust én een tweede muzikale adem. En ook toen hij in Wenen al een beroemdheid was, zonderde hij zich tijdens vakanties graag even af in dit klooster. Bruckner hoopte na zijn dood in de graftombe op die symbolische plek nog dagelijks de vibraties van het bovenliggende Chrismann-orgel op te vangen. Hopelijk zal ook zijn muziek die zoveel schoonheid, hoop, kracht en warme menselijkheid uitstraalt de komende maanden met ontelbare muzikale harten resoneren. Het zal die 200ste verjaardag alleen maar extra luister en betekenis geven.