Le violon d’Ingres: Roeping of beroep

“How I became a pianist? Bit by bit.” In Every good boy does fine (vertaald als Een merkwaardig leven lang klassiek) beschrijft all-round musicus Jeremy Denk de hobbelige weg naar succes, en doet hij het brede arsenaal aan skills uit de doeken dat een solist van wereldformaat moet bezitten. Jeremy Denk staat bekend als een muzikaal fenomeen. Als pianist verscheen hij voor zo goed als alle toporkesten in de wereld, als auteur schrijft hij regelmatig voor The New York Times en The Guardian, en zijn scherpe intellect leverde hem zowaar de befaamde MacArthur Fellowship op, bijgenaamd ‘Genius Grant’. Precies omdat Denk de onvrijwillige stempel van Genie draagt, is zijn betoog opmerkelijk: langs de lange weg naar het grote podium van de Carnegie Hall heeft hij al die jaren niet zozeer de aanzuigende kracht ervaren van een mystieke goddelijke inspiratie, dan wel de stuwende kracht van het alledaagse: het waren de vele leraars, toevallige ontmoetingen, frustraties, kleine triomfen, fysieke ongemakken, prestatiedruk en vooral eindeloze uren gedisciplineerde oefening in eenzame afzondering die hem succes opleverden. Klaarblijkelijk wordt een genie gevormd, niet geboren.  

Deze memoires van een wereldster bevragen zo een centrale kwestie van het kunstenaarschap. Wat betekent het immers om kunstenaar te zijn? Is het een eeuwige identiteit waarmee je je vereenzelvigt, of eerder een tijdelijke hoedanigheid die je als het ware kan afleggen, zoals een politieagent zijn dienstwapen en kepie ‘s avonds op de plank legt? Kan je kunstenaar worden, of ben je voorbestemd, of zelfs gedoemd, het te blijven? Is het kunstenaarschap een roeping of een beroep?

Deze vraag gaat al eeuwen mee. De Franse neoclassicistische schilder Jean-Auguste-Dominique Ingres worstelde al in de vroege negentiende eeuw met de vele dimensies van het kunstenaarschap. Onder de deklaag van één van Frankrijks meest succesvolle schilders ging immers een miskende violist schuil. Veel liever dan met zijn romantische portretten was hij de geschiedenisboeken ingegaan als violist. Ingres had dus een roeping als violist - maar van beroep was hij schilder. Ingres’ ongemakkelijke spreidstand drong door in het culturele geheugen: niet alleen werd ‘violon d’Ingres’ in het Frans synoniem voor een ‘hobby’, ook de gelijknamige foto van de Amerikaanse fotograaf Man Ray uit 1924, waarop een vrouwensilhouet à la Ingres’ De grote odalisk verfraaid wordt met de sierlijke f-gaten van een viool, werd onlangs in Christie’s New York geveild als duurste foto ooit.

De traditionele idee van een ‘roeping’ verheft het kunstenaarschap tot een spirituele aangelegenheid en stelt de kunstenaar haast gelijk aan een soort van uitverkoren Genie, geroepen door een hogere macht. Het prototype van dat romantische genie is ongetwijfeld Franz Liszt. Binnen een negentiende-eeuwse concertcultuur in volle ontwikkeling cultiveerde hij dat beeld maar al te graag. In een zwarte cape gehuld en met zijn lange zwarte haren wist de buitengewoon begaafde pianist, dirigent en componist zich op te werken tot een van de meest gerespecteerde en invloedrijke figuren van het negentiende-eeuwse Duitsland. In zekere zin doet Jeremy Denks betoog dat archetype van het romantische Genie van zijn voetstuk tuimelen. Denk is een multitalent dat niettemin ook de pragmatische realiteit van het kunstenaarschap erkent. De grens tussen het kunstenaarschap als mystieke roeping en het kunstenaarschap als ambachtelijk beroep blijkt plots flinterdun. De homo universalis komt weer met de beide voeten stevig op de grond. De stempel van ‘Genie’ die sinds zijn MacArthur Fellowship onuitwisbaar op Denks voorhoofd prijkt, staat zo in schril contrast met de nuchtere boodschap van zijn boek. 

De muziekgeschiedenis kent talloze voorbeelden van kunstenaars die zich op meerdere fronten verdienstelijk maakten en zo de relatie tussen roeping en beroep op scherp stelden.

Hoe gaan kunstenaars in de 21ste eeuw om met deze schijnbare tegenstelling, en wat betekent dat voor de manier waarop we muziek vandaag beluisteren en begrijpen? In dit nieuwe concertseizoen wil het Antwerp Symphony Orchestra de vele facetten van het kunstenaarschap belichten, in al zijn variëteiten en tegenstrijdigheden. 

Alter ego - De kunstenaar en/in zijn kunst

Kunstwerken vallen meestal moeilijk te scheiden van hun maker. Zo biedt de biografie van componisten vaak een interessante lens om hun werken door te observeren. Bij componisten als Beethoven, Tsjajkovski, Mahler en Sjostakovitsj volgen de werken erg getrouw de pieken en dalen van hun levensloop. Beethovens Derde symfonie ‘Eroica’ toont een strijdvaardige componist die in zijn oeuvre af te rekenen heeft met zijn eigen demonen. Tsjajkovski componeerde zijn Vierde symfonie en zijn Vioolconcerto op het absolute dieptepunt van zijn leven, nadat hij letterlijk en figuurlijk was gevlucht van een stukgelopen (gedwongen) huwelijk met een veel jongere ex-studente. Mahler verwerkte in zijn Zesde symfonie dan weer een ontroerend thema dat hij opdroeg aan zijn geliefde Alma, de muze die hem uiteindelijk zou bedriegen. In Sjostakovitsj’ Tiende symfonie klinkt naast een forse dosis sarcasme ook een gevoel van bevrijding, na jarenlang spartelen in de esthetische dwangbuis van het Sovjetregime. Bij deze componisten lijkt hun roeping als componist, en daarom hun beroep, letterlijk en figuurlijk levensnoodzakelijk.

Toch vallen niet alle componisten volledig te vereenzelvigen met hun muzische stiel, en hielden velen er een interessante violon d’Ingres op na. Zo was Borodin chemicus in hoofdberoep (en naamgever van de Hunsdiecker-Borodin reactie) en componist op weekenddagen. De Britse componist Edward Elgar was dan weer chemicus in bijberoep. Rossini was een meer dan degelijke kok (en naamgever van de ‘tournedos Rossini’), Charles Ives was verzekeringsmakelaar, en Bruckners Zevende symfonie verraadt zijn eigenlijke roeping als organist. Zelfs de grote Gustav Mahler was in zekere zin zondagscomponist: aan componeren kwam hij enkel toe in de zomermaanden, wanneer hij even niet bij ‘s werelds voornaamste orkesten op de bok stond. Recenter ontwierp de Griekse componist en architect Iannis Xenakis het futuristische Philips-Paviljoen van Expo ‘58 in Brussel, bedoeld voor multimediale spektakels die de grenzen tussen kunstvormen deden vervagen. 

Omgekeerd maakten andere kunstenaars van componeren dan weer hun violon d’Ingres: Charlie Chaplin componeerde zelf de filmscore van zijn meesterwerk Modern Times, de schilder James Ensor schreef onder meer een prachtige pianocyclus, en zelfs de succesauteur Dan Brown (van onder meer De Da Vinci Code) waagde zich aan het componeren van een symfonische partituur. Bij hen valt de roeping van componist alvast niet samen met hun beroep. 

De link tussen biografie en kunst, en de vele dimensies van het kunstenaarschap die daaruit voortvloeien, vormen een eerste rode draad doorheen de concertprogramma’s van dit concertseizoen. Daarnaast nodigt Antwerp Symphony enkele focusartiesten uit die in hun verschillende hoedanigheden zullen aantreden. Hun verschillende roepingen of beroepen vloeien als het ware in elkaar over en versterken elkaar. Geheel gepast brengt de rusteloze pianist en auteur Jeremy Denk de Wanderersymphonie van Liszt, gebaseerd op een lied van Schubert. Daarnaast is het uitkijken naar de visie van pianist en neuropsycholoog Nicolas Namoradze op Prométhée, le poème du feu, een weergaloos spektakelstuk van de mysterieuze synestheet Alexander Skrjabin. Tot slot zal de onnavolgbare Gabriela Montero het publiek verbazen door te soleren in haar eigen ‘Latin’ Pianoconcerto en met haar verbluffende improvisatietalent.  

Paragonè - De hiërarchie van de kunsten

De opgesomde werken illustreren hoe de verschillende dimensies van het kunstenaarschap (of het niet-kunstenaarschap) met elkaar in conflict kunnen treden, maar elkaar ook kunnen bevruchten. Bij uitbreiding zien we diezelfde dynamiek aan het werk tussen de verschillende kunstvormen zelf. In de kunstfilosofie verwijst het begrip paragonè naar de voortdurende strijd tussen de afzonderlijke kunsttakken, die elk dingen naar de hoogste plaats binnen de hiërarchie van de kunsten. De historische rivaliteit tussen verschillende kunstvormen leverde een uitermate boeiend en veelzijdig repertoire op, en het is interessant om vast te stellen dat de natuurlijke klemtoon van het symfonische repertoire valt in de late negentiende eeuw, precies op het moment waarop de muziek aan de top van die hiërarchie kwam te staan. 

Ondanks de paragonè, een veelal theoretische vete, heeft muziek altijd de nabijheid van andere kunstvormen opgezocht en gekoesterd. Sinds de oudheid is de literatuur een trouwe partner van de muziek, en dat is nooit veranderd. Zemlinsky’s avontuurlijke Lyrische Symphonie is gebaseerd op teksten van de Indische schrijver, componist, schilder en filosoof Rabindranath Tagore, en Korngold zette de romantische beeldentaal van Joseph von Eichendorff op muziek. Andere componisten lieten de tekst uiteindelijk los en lieten de muziek het verhaal vertellen. Schumann putte inspiratie uit Goethes Faust, Janacek toonzette Nikolai Gogols novelle Taras Bulba, Shakespeare’s Romeo en Julia werd door Prokofjev briljant georkestreerd, en Ravel ontwierp een muzikale beeldentaal voor Perraults Sprookjes van Moeder de Gans. De sprookjes van Duizend-en-één Nacht op hun beurt, werden door Rimski-Korsakov, Ravel en Adams in hun respectievelijke Shéhérazade op drie totaal verschillende manieren geïnterpreteerd. 

De link tussen muziek en dans is een tweede constante uit het orkestrepertoire. Onder meer Stravinski’s revolutionaire ballet Le Sacre du Printemps passeert dit concertseizoen de revue, net als zijn rauwe ballet De Vuurvogel. De magische vogel die in Stravinski’s eerste ballet de hoofdrol speelt, is overigens Stravinski’s metafoor voor de pure poëtische inspiratie, die zich over alle kunstvormen heen laat gelden. Stravinski’s minder bekende Le Chant du Rossignol wordt beslist een waardevolle ontdekking. Ravels Daphnis et Chloé vormt een mijlpaal uit het balletrepertoire, en aan opzwepende dansmuziek geen gebrek in Bernsteins Symfonische Dansen uit West Side Story en Gabriela Lena Franks Drie Latijns-Amerikaanse Dansen.

Ook de schilderkunst is een onuitputtelijke bron van inspiratie geweest voor componisten uit verschillende tijdvakken. Van de oermodernist Arnold Schönberg is er bijvoorbeeld een lange briefwisseling overgeleverd met de Russische schilder Wassily Kandinsky. Schönberg tastte de affiniteiten tussen beeld en muziek af in Begleitmusik zu einer Lichtspielszene, en hun gedeelde visie op kunst deed beide vernieuwers, elk binnen de eigen kunstvorm, de overstap wagen naar abstractie. Moesorgski’s briljante Schilderijententoonstelling is een bekend voorbeeld van de nauwe banden tussen muziek en schilderkunst, en de kleurrijke Botticelli-triptiek van Respighi moet er niet voor onderdoen. Ook het Vlaamse icoon Jacqueline Fontyn zocht met On a landscape by Turner de romantische kleurenpracht op van de Britse schilder William Turner. 

Prima la musica. E poi? - Interdisciplinariteit in de kunsten

De 21ste eeuw presenteert zich als een tijd waarin de grenzen tussen de kunstvormen verdampen. Wat ooit een haast metafysische machtsstrijd was tussen de verschillende kunsten, neemt steeds meer de vorm aan van een gedeeld project. Waar doorheen de eeuwen steeds meer kunstenaars het waagden om even over de schutting te kijken, kan vandaag de hele schutting op de schop. Meer dan ooit smeden verschillende kunstvormen allianties, om over elke grens heen het publiek te beroeren en te inspireren.

Het Antwerp Symphony Orchestra heeft een sterke traditie van interdisciplinaire voorstellingen. Het jaarlijkse Theaterconcert brengt liefhebbers van muziek en van toneel samen, en blaast zo de oude Griekse traditie nieuw leven in. In dit concertseizoen staat het betoverende Pelléas et Mélisande van Gabriel Fauré op het programma. De Franse componist werd gegrepen door de prachtige toneeltekst van de symbolist Maurice Maeterlinck, de enige Belg die ooit de Nobelprijs voor Literatuur won. Ook de jaarlijkse KIDconcerten combineren de kracht van muziek met de magie van een vertelling. Precies tachtig jaar geleden verscheen De Kleine Prins, dat zich nog het beste laat omschrijven als een sprookje voor volwassenen en kinderen. Auteur Antoine de Saint-Exupéry vond in zijn hoofdberoep van piloot inspiratie voor zijn literaire oeuvre. Muziek van Debussy, Fauré en Satie roepen de haast surrealistische atmosfeer op. Ook de tijdloze klassieker Pinokkio (met muziek van Rossini) en De Fladdermuis (met muziek van walskoningen Strauss) beloven muzikaal plezier op kinderformaat. In mei 2024 deelt Antwerp Symphony dan weer het podium met het befaamde Brussels Jazz Orchestra en zangeres Tutu Puoane, en slaat zo een brug naar het jazzrepertoire.

Dit seizoen biedt echter een uitgelezen kans om nog een stap verder te gaan, en nog meer in te zetten op innoverende concertformats die de tussenschotten tussen de kunstvormen slopen. In een multimediaal spektakelconcert wordt Schönbergs zelden uitgevoerde Begleitmusik zu einer Lichtspielszene gekoppeld aan Skrjabins Prométhée, le poème du feu. Skrjabins originele partituur vraagt om de toevoeging van een kleurenorgel, dat het muzikale grondplan van het werk vertaalt in kleuren. Antwerp Symphony trekt deze totaalervaring door naar de 21ste eeuw, door een nieuwe lichtscenografie te laten ontwerpen voor dit fascinerende meesterwerk. Die aanpak maakt van dit muzikale pareltje een belevingswerk waarin het publiek wordt meegezogen. Ook Toshio Hosokawa’s spatiale orkestwerk Uzu en György Ligeti’s zwartkomische Mysteries of the Macabre maken brandhout van de vierde wand. Tot slot wordt ook een bijzonder kamermuziekconcert gewijd aan Bertolt Brecht, de visionaire schrijver die er ons middels muziek van Weill, Eisler en Hindemith aan herinnert dat de afstand tussen publiek en kunstenaar, of tussen kunstenaar en kunstwerk, altijd imaginair is. 

Onder dezelfde noemer van interdisciplinariteit neemt het jaarlijkse filmconcert van Antwerp Symphony dit seizoen de proporties aan van een filmfestival, dat de historische relatie tussen muziek en film in vogelvlucht doorloopt: van de vroege stomme film (L’assassinat du duc de Guise met muziek van Saint-Saëns, en Buster Keatons slapstick comedy Sherlock Jr.) over de eerste langspeelfilms in zwart-wit (Charlie Chaplins Modern Times), tot de spectaculaire Hollywood blockbuster (Jurassic Park met muziek van John Williams) en de intermediale kinderanimatie (Het Wilde Dierenorkest met tekst en muziek van Dan Brown). 

Hommage - Het tijdloze van muziek

In het voorwoord van zijn Schumann-Phantasie schrijft de Duitse componist Hans Zender dat elke nieuwe orkestratie van een werk, en bij uitbreiding elke uitvoering ervan, een herinterpretatie is van het origineel. Het is dat aspect dat de muziek misschien toch blijft onderscheiden van andere kunstvormen. Bijzonder aan de muziek als kunst is immers dat een muzikaal kunstwerk niet tastbaar is. Muziek is niet gelijk aan de partituur, aan het instrument of aan de uitvoerder. Dat betekent dat klassieke muziek steunt op een immateriële, akoestische traditie die actief in leven moet worden gehouden en die zich steeds aanpast aan de eigen tijd. Wat de bovenstaande bespiegelingen rond muziek en kunstenaarschap suggereren, is dat kunst zich niet afspeelt in een cultureel vacuüm. Elk muzikaal werk bevat sporen van een ruimer cultureel verhaal. De noodzaak om een muzikaal werk telkens opnieuw te moeten uitvoeren en interpreteren, maakt van muziek tegelijk een tijdige en tijdloze kunstvorm.

Veel componisten spiegelden zich graag aan hun voorgangers, en namen hun composities als uitgangspunt voor hun eigen nieuwe werken. Zo was het Ravel die Moesorgski’s pianocyclus Schilderijententoonstelling orkestreerde. Dezelfde componist maakte ook een transcriptie van Schumann’s Carnaval. Sjostakovitsj’ vijftiende en laatste symfonie werd in 1972, onder toeziend oog van de componist, door Viktor Derevianko bewerkt voor pianotrio en drie slagwerkers. Mendelssohn redde de Mattheuspassie van Bach uit de vergetelheid door het magistrale werk na meer dan een eeuw voor het eerst opnieuw op te voeren. Vanuit persoonlijke adoratie componeerde Liszt met zijn Wanderer-Phantasie een muzikaal eerbetoon aan Schubert, en Hans Zender componeerde een even briljante Schumann-Phantasie die tussen traditie en moderniteit in zweeft. György Ligeti schreef met zijn Mysteries of the Macabre zelfs een dadaïstische hommage aan zichzelf. Het unieke aan deze muzikale hommages is dat ze een flexibele omgang met erfgoed vertegenwoordigen die garanderen dat muziek tegelijk actueel en tijdloos kan zijn. 

Een bruisende muziekpraktijk vraagt echter ook om een voortdurende verrijking van het repertoire. Dit seizoen brengt topklarinettist (en danser) Martin Fröst het klarinetconcerto Weathered van de Amerikaanse componiste Anna Clyne in wereldpremière, onder leiding van chef-dirigent Elim Chan. Verder dirigeert Elim ook de Belgische premières van All These Lighted Things van Elisabeth Ogonek en van Uzu van Toshio Hosokawa. Kevin John Edusei neemt de Belgische première van Moussa’s Elysium voor zijn rekening, en Alexander Liebreich breekt een lans voor Adams’ Scheherazade.

Het kunstenaarschap heeft vele gezichten en dient vele doelen. Wat voor de ene broodwinning is of een uit de hand gelopen violon d’Ingres, is voor de andere een zaak van existentieel belang. Roeping en beroep. Doorheen de eeuwen is het kunstenaarschap er zeker niet eenvoudiger op geworden, maar wel eindeloos veel rijker. In een tijd waarin labels achterhaald zijn en waarin alles kan, is het een boeiende uitdaging om telkens weer creatief en vernieuwend te zijn. Met dit concertseizoen wil het Antwerp Symphony Orchestra tonen hoe de begeestering van de kunstenaar grenzen kan verleggen. Het kunstenaarschap valt immers nooit helemaal samen met louter vakmanschap. Er gaat altijd een vleugje genialiteit mee gemoeid.

 

Kamermuziek: Schubert en Sjostakovitsj

Musici van het Antwerp Symphony Orchestra
zo 28 apr – 15:00

Urbański dirigeert Le Sacre du Printemps

Krzysztof Urbański, Jeremy Denk

Antwerp Symphony Orchestra
vr 10 mei en za 11 mei

Kamermuziek: Brahms met Jeremy Denk

Antwerp Symphony Orchestra
zo 12 mei – 15:00

Jaap van Zweden dirigeert Bruckner 7

Jaap van Zweden, Kian Soltani

Antwerp Symphony Orchestra
do 16 mei - za 18 mei

Kathedraalconcert

Martijn Dendievel, Lisanne Soeterbroek

Antwerp Symphony Orchestra
do 20 jun – 20:00

Latin klanken met Gabriela Montero

Elim Chan, Gabriela Montero

Antwerp Symphony Orchestra
za 24 feb – 20:00

Bomsori speelt Tsjajkovski

Eliahu Inbal, Bomsori

Antwerp Symphony Orchestra
do 18 jan - za 20 jan

Ray Chen schittert met Tsjajkovski

Thomas Søndergård, Ray Chen

Royal Scottish National Orchestra
ma 15 jan – 20:00

Schumann met Herreweghe en Altstaedt

Philippe Herreweghe, Nicolas Altstaedt

Antwerp Symphony Orchestra
vr 12 jan – 20:00

Nieuwjaarsconcert: Klanken van vrijheid

Philipp Pointner, Maria Bengtsson

Antwerp Symphony Orchestra
za 6 jan – 20:00

Leesgroep: "Sloop", Anna Enquist

De Groene Waterman

wo 13 dec – 20:00

Mindfulnessconcert met Nicolas Namoradze

Nicolas Namoradze

Nicolas Namoradze
za 25 nov – 23:15

Prometheus: het vuur en het licht

Hans Graf, Nicolas Namoradze, Antoine Goldschmidt

Antwerp Symphony Orchestra
za 25 nov – 20:00

Lezing: Mindfulness en muzikale perceptie

Nicolas Namoradze

do 23 nov – 20:00

Scheherazade en Taras Bulba

Alexander Liebreich, Aleksandra Dzenisenia, Leila Josefowicz

Antwerp Symphony Orchestra
vr 17 nov – 20:00

Jaap van Zweden dirigeert Mahler

Jaap van Zweden

Antwerp Symphony Orchestra
vr 27 okt - zo 29 okt